10
sep
10

Jazz Marketing: Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen (5)

One of the many canals in Amsterdam

Image via Wikipedia

Van uitgeverij VOC ontving ik het boekje “Muziek in de stad” van schrijver en econoom Gerard Marlet. De ondertitel van het boekje is:  het belang van podiumkunsten, musea, festivals en erfgoed voor de stad. Als marketers gaan we daar goed voor zitten want dit soort studies zijn van belang voor de omgevingsanalyse, mits goed uitgevoerd. Maar in het geval van Gerard Marlet gaan we daar vanuit en als jazzliefhebber zien we reikhalzend naar dit soort teksten uit, overtuigd als we zijn van ons belang in deze.

De bio van Marlet laat ons weten dat hij in 2009 promoveerde met het proefschrift  ” De aantrekkelijke stad” en sinds 2003 als directeur verbonden is aan het ruimtelijk economisch onderzoeksinsituut Atlas voor Gemeenten dat onderzoek doet naar de ontwikkeling van wijken, steden en regio’s in Nederland. Daarmee heb je genoeg credibility (sorry voor het engels maar het bekt zo lekker) om met aandacht het boekje te gaan lezen.

Elitaire Kunst bevordert juist de werkgelegenheid.

Marlet trok eerder de aandacht met een interview in Muziekwereld, het blad van de muzikantenvakbond NTB, met als opschrift:  “Elitaire kunst bevordert juist werkgelegenheid” . Ook als jazzmusicus klinkt dit als muziek in de oren. Jazz is niet echt elitair maar de mensen die en van jazz en van Frans Bauer houden zijn op de vingers van een hand te tellen, met alle respect voor Frans natuurlijk. Merkwaardig genoeg ben ik een van de vingers op die hand want ik mag Frans graag horen, zou geen CD van hem kopen maar verkneukel mij altijd op dat lekker snikkende knikje in zijn stem, heerlijk !

In een nutshell (sorry !) komt het erop neer dat volgens Marlet goede culturele voorzieningen en een aantrekkelijk kunst-en cultuuraanbod voor een belangrijk deel de keuze van hoger opgeleiden bepalen in welke stad ze zich gaan vestigen. En hoger opgeleiden in een stad hebben allerlei positieve bijwerkingen zoals leefbaarheid, welvaart en werkgelegenheid enz. enz.

De meest opvallende uitspraak in dit interview vond ik het volgende statement: “ik denk dat festivals het imago van een stad kunnen versterken. Maar het lijkt mij dat die festivaltrend een beetje doorslaat. Cultureel aanbod dat steeds voor mensen beschikbaar is via de reguliere podia, dus ook de kwetsbare pop- en jazzpodia, is veel belangrijker voor de aantrekkingskracht van een stad”

Muziek in de stad.

Goed, nu naar het boekje. Een helder en goed te volgen betoog van Marlet dat onderstreept dat kunst en cultuur positieve economische effecten hebben, met name op de werkgelegenheid maar dat voornamelijk de culturele hoofdsteden van enige omvang daarvan profiteren. Economische effecten van toerisme zijn vooral merkbaar voor musea en andere historisch erfgoed objecten. Tot zover logisch.

De kern van het betoog van Marlet is dat er een claim bestaat dat cultuur in  een stad bedrijven zou aantrekken. Die claim is verre van overtuigend zo blijkt en cultuur speelt bij vestigingsvraagstukken van bedrijven nauwelijks een rol. Marlet stelt dat er een tweede effect is, en wel  “bedrijven zouden in hun vestigingsbeleid kunnen anticiperen op het woonklimaat in een stad of regio waar hun potentiele werknemers op afkomen”.  Vervolgens hebben studies aangetoond dat mensen met een hogere opleiding willen wonen in steden met een gevarieerd cultureel aanbod.

Kunst – en cultuursubsidies financieren uit de OZB.

Met andere woorden, er komt  vliegwielreactie op gang, waarbij hoogopgeleiden afkomen op cultureel aanbod, dat trekt weer bedrijven aan die dit soort medewerkers nodig hebben en vervolgens komt er een economische kip en ei kettingreactie los die een stad of regio ten goede komt. Het gaat zelfs zover dat er een rechtstreeks verband aanwezig wordt geacht tussen de prijzen van een huis in een stad met veel kunst en cultuur, zodanig dat die hoger liggen dan een stad waar dat cultuuraanbod ontbreekt. Vervolgens kun je betogen dat hierdoor meer OZB inkomsten binnenkomen bij de gemeenten en die, fair is fair, ten dele aangewend kunnen worden om subsidies te verstrekken aan kunst en cultuur. Met al deze redenaties heb je een prima economisch model en het zou mooi zijn als het zo zou werken.

Vanuit het oogpunt van deze rubriek over jazzmarketing is dan nu de vraag: “wat kunnen we ermee ?”. Ik denk dat dit boekje voornamelijk een bevestiging is wat eerder TimBoodle al constateerde en dan heb ik het over jazz: jazzmuziek is het meest gevraagd in de Randstad en dan dan voornamelijk door hoogopgeleide 45 plussers. Lees het interessante betoog van Marlet want er valt een hoop te leren.

Ik heb in het boekje weinig concreet cijfermateriaal aangetroffen dat deze conclusies staaft maar er wordt in de voetnoten verwezen naar diverse studies en rapporten dus dat zal goed onderbouwd zijn neem ik aan.

Maaaaarrrrrrrr………………………

Maar dan, ja ik ga nog even door, komt het grote maaaaarrrrrrrrrrrrrr…………….. wat mij betreft.

Marlet stelt, ik citeer: ” Vooral podiumkunsten en het historisch erfgoed zijn meetbaar van  belang voor de stad. Dat belang komt voor het grootste gedeelte niet tot uitdrukking aan de kassa’s van de theaters en andere culturele voorzieningen in de stad. Daarom heeft de overheid hier een taak”.

En: “Als cultuur in de stad zich nog slechts beperkt tot goed verkopend amusement kan dat weliswaar goed zijn voor het kasboek van de podia, maar tegelijkertijd  de (naar verwachting veel grotere) economische effecten van cultuur voor de stad frustreren”.

Bij deze redenatie worden grenzen overschreden dunkt mij. Hier probeert de auteur ons een stelling te verkopen die qua woordkeus (goed verkopend amusement) tendentieus is en de genoemde economische effecten (veel grotere ?) zijn op geen enkele manier vergelijkbaar gemaakt of gestaafd door cijfers of gebaseerd op enig vermeld onderzoek.

Hier kunnen we dus ook het nodige tegenoverstellen. Het meest sprekende voorbeeld is de situatie op Broadway in de periode 1930 -1939, de tijd van de “Great Depression” en de grote musicals. Broadway kenmerkte zich door “goed verkopend amusement”, dat wil zeggen dat de keiharde winstcriteria het succes van een musical bepaalden en dat betekende:  geen winst, dus einde van de musical. Maar zonder een cent overheidsgeld (zeker niet in die dagen en vandaag de dag al helemaal niet) kwam er een cultuurvorm op gang die leidde tot een enorme bloei van deze specifieke Amerikaanse kunstvorm en de basis vormde voor een wereldwijde opkomst van de Amerikaanse muziek, film – en theaterindustrie. Wat dat allemaal betekent en betekend heeft voor de Amerikaanse economie is nie te berekenen dunkt mij. Het is nauwelijks aan te nemen dat kleine off-Broadway theaters hetzelfde effect teweeg zou hebben gebracht als  de grote Broadway theaters. De survival of the fittest heeft hier een grote rol gespeeld.

Daarnaast is het spelen voor halflege zalen artistiek maar ook commercieel gezien natuurlijk een gotspe. Wellicht past zoiets in een economisch model dat uitgaat van abstracties maar in werkelijkheid is spelen voor een half lege zaal dodelijk, net zoals schilderijen dat zijn  die na oplevering door de kunstenaar in opslag gaan en vervolgens verpieteren in een opslagruimte.

Een nieuw begrip: culturele hard – en software.

In het kort, naar mijn mening is cultureel erfgoed zoals musea, gebouwen, parken en monumenten (culturele hardware) zeker een taak voor de overheid, gezien de grote bedragen die daarmee gemoeid zijn. Maar als cultuur in de vorm van muziek, ballet of toneel (culturele software) niet beleefd, gezien, gehoord en gevoeld wordt door een breed publiek is het dan ueberhaupt nog cultuur ? Mij lijkt zeker niet en dan moet de markt bepalen of er een go of no go is.

Kortom, een voor of tegen en afhankelijk vanuit welke hoek je het beziet. Het boekje heeft  een prima bijdrage geleverd voor deze discussie en geeft stof tot nadenken. Van harte aanbevolen.

Muziek in de stad – Gerard Marlet – ISBN 978-90-79812-05-9


0 Responses to “Jazz Marketing: Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen (5)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow Bob's Jazz Blog. on WordPress.com

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 307 andere volgers

About Bob Van Eekhout

Bob van Eekhout drummer Jazz Trio JazzTraffic

Nederlands Jazz Archief

Logo Nederlands Jazz Archief

Van-Ons.nl WordPress Development

Van-Ons.nl WordPress Development & Training

JazzTraffic Trio. Uw Jazzband voor een gezellige sfeer en goede achtergrondmuziek

Jazz Trio JazzTraffic

%d bloggers liken dit: