Archive for the 'Jazz Marketing' Category

13
mrt
15

Het geheim van Singel 488.

Weerts Premier Importeur Singel 488

In de jaren ’50 van de vorige eeuw was de firma Weerts de alleenvertegenwoordiger van Premier drumkits uit Engeland. Op dat moment het absolute topmerk. Er was Amerikaanse concurrentie van Ludwig, Slingeland en Rogers. En de Japanners waren nog niet begonnen aan hun opmars.

Opgericht in 1922 als de Premier Drum Company behaalde deze typisch Engelse firma wereldroem. Niet alleen als producent van drumkits maar ook van pauken, marsinstrumenten en vibrafoons.

Premier stond bekend als een high quality merk, innovatief, werkend met de beste materialen en een verpletterende drumsound.

Premier Drumkit Home Made in EnglandMaar qua marketing bleef het bedrijf achter, zeker toen Beatles’ drummer Ringo Starr overstapte van Premier naar Ludwig. Het bleef kwakkelen en in 1992 werd Premier overgenomen door Yamaha. Sindsdien is het een aantal keren van eigenaar veranderd en werd de productie overgeplaatst naar landen als Taiwan.

Maar er gloort hoop aan de horizon, er worden weer handgemaakte kits in Engeland geproduceerd onder leiding van meesterontwerper Keith Keough. Een uitgebreid interview met hem staat in Issue 4 van The Drummers Journal.

Weerts was gevestigd aan de Singel 488 bij de Bloemenmarkt. Onzichtbaar voor de buitenwereld was er een deur die leidde naar een steile trap op de eerste etage. Daar bevond zich het walhalla voor elke drummer met de nieuwste kits uit Engeland. Op de tweede etage was de werktplaats.

Wat meneer Weerts mankeerde weet ik niet, maar als hij sprak produceerde hij amper geluid en als hij iets zei ging dat vaak op een briefje.

Laatst kwam ik er weer langs en bedacht me dat (bijna) niemand nog weet wat er achter die deur op Singel 488 ooit gevestigd was.

12
mrt
15

Nightcare Jazz: Help mee en vul de enquete in !

Nightcare JazzHoe kunnen  wij uw jazz-ervaring helpen verbeteren ?

Een groep eerstejaars leerlingen van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht heeft onlangs de opdracht gekregen om een businessplan voor ‘Nightcare Jazz’ te schrijven. Nightcare Jazz is een jazzavond waarbij livemuziek gecombineerd wordt met lekker eten, en dat voor een mooie prijs. Om tot een zo aantrekkelijk mogelijk concept -en uiteindelijk tot een goed businessplan- te komen vragen deze studenten om uw visie. Er is een enquete opgesteld voor iedereen die jazz een warm hart toedraagt. De studenten vragen om een minuutje van uw tijd om deze enquete in te vullen. De resultaten worden gebruikt om uw jazz-ervaring te verbeteren!

Invullen kan via http://www.enquetemaken.be/toonenquete.php?id=227856

Namens leerlingen Emma, Martine, Nishana, Vera, Marleen en Lars wil ik u alvast ontzettend bedanken!

Nightcare presents: Cafe Noorderlicht from Night Care on Vimeo.

06
jan
12

Business and all that jazz.

Miles Davis - Google / Life Images

Whenever a person or a company is successful, everybody wants to understand why and how. Because in the end, being successful is what we all want and we think “if we do it their way we will become successful as well”. However it does not work that way. In my working life I frequently followed courses by Professor Andrew Cox who leads the Centre for Business Strategy and Procurement, University of Birmingham (England). Andrew’s  much used credo was “don’t copy, but try to understand their success”. Another point he made is that in business you always need to take into account “the contingent circumstances” because if you fail to do so, in the end your business will fail as well. These thoughts came to my mind when I read the paper ” Leading Entrepreneurial Teams: Insights from Jazz” by Deniz Ucbasaran, Associate Professor in Entrepreneurship Nottingham University Business School. In this highly interesting study she investigates why Duke Ellington, Art Blakey and Miles Davis were such great jazzband leaders. The study seems to conclude mainly on psychological factors rather than business rationales such as concert revenues and record sales.

My conclusion would be: Miles Davis was the most successful bandleader because he constantly kept focus on the contingent circumstances for decades as he kept on developing his music from early bebop in the forties to fusion in the late eighties. This paper is highly recommended:

I._Creative_Industries_Entrepreneurship-_Deniz_Ucbasaran, or read the article in The Guardian.

19
okt
11

Jazz en Marketing: Maal3 Bovenkerk stopt met jazzoncerten (3)

Per 1 November a.s. stopt Maal3 Bovenkerk met jazzoncerten op de dinsdagavond. Dat lijkt niet op zichzelf te staan maar een trend te vertegenwoordigen. Recent werd het Haagse Jazzfestival getroffen door  problemen bij de organisatie zodat het twijfelachtig is of dat festival herhaald wordt. De schouwburg in Deventer heft een voorgenomen jazzfestival afgeblazen wegens gebrek aan belangstelling en twee horeca zaken in Amsterdam en Amersfoort besloten eveneens te stoppen met jazz. Dat komt bovenop de problemen die ontstaan door het wegvallen van subsidies. In deze artikelen over Maal3 zal ik proberen een beeld te schetsen van de problematiek en tenslotte mogelijke oplossingen aandragen.

Kwantiteit versus kwaliteit.

JazzPodium Amstelveen organiseerde wekelijks jazzconcerten gedurende een periode van acht maanden hetgeen resulteert in een totaal van tweeëndertig concerten. Met een dergelijk aantal lijkt het lastig om de kwaliteit te handhaven en dat lukte een aantal malen niet. Veelal doordat er gelegenheidscombinaties werden gecontracteerd die er min of meer een jamsessie van maakten of de gastsolist was niet goed ingespeeld met de band die hem/haar had uitgenodigd. Bovendien is het de vraag of de consument bereid is wekelijks geld te besteden aan consumpties en entreegeld. Andere vergelijkbare jazzpodia in de regio zoals Sunday Afternoon Jazz Noordwijk (maandelijks), Jazzpodium Voorhout (maandelijks) en Meer Jazz Cafe Haarlemmermeer (om de veertien dagen) organiseren concerten met een lagere frequentie en dat zal niet zonder reden zijn.

Een breed programma versus een diep programma.

Voor Maal3 werden grosso modo jonge musici gecontracteerd die aan het begin van een carriere stonden en veelal een eigen repertoire presenteerden. Niets dan lof daarvoor maar dan leg je het publiek een beperking op die meer een ideëel dan een commerciëel doel lijkt te dienen. Of dat strookt met de doelstelling van de horeca instelling is een vervolgvraag. Populaire stromingen als mainstream – hot – of  traditional jazz, swing en blues kwamen niet of nauwelijks aan bod. De eerder genoemde andere jazzpodia en met name Meer Jazz Cafe programmeren juist een breed muziekaanbod en opereren al jaren met succes en zonder entreegeld te heffen.

Spin-off voor de horecaonderneming.

Spin-off van de jazzconcerten voor de horecaonderneming richting het restaurantbezoek was een onderwerp van discussie tussen Jazzpodium Amstelveen en Maal3. De laatste kon er niet van worden overtuigd dat de jazzconcerten en daarmee gegenereerde PR en Promotie toegevoegde waarde voor de uitbater vertegenwoordigden. Het is ueberhaupt lastig de toegevoegde waarde vast te stellen als je daar geen specifiek onderzoek met harde cijfers van hebt. Inzicht kwam waarschijnlijk toen per september j.l. entreegeld werd geheven met uitzondering van gasten die in Maal3 hadden gedineerd en vrijstelling kregen. Zo kreeg de uitbater inzicht hoeveel extra diners hij verkocht aan jazzpubliek en dat zal niet tot een juichstemming hebben geleid getuige het feit dat de concerten worden gestopt. Als een onderneming verlies lijdt en er is geen spin-off dan gaat gauw de stekker eruit zo blijkt. Waarbij aangetekend moet worden dat Maal3 het zeker twee jaar lang geprobeerd heeft en dat verdient veel waardering.

Wordt vervolgd !

31
aug
11

Blowing Changes: onderzoek naar de sociaal – economische positie en motivatie van Nederlandse Jazzmusici.

Deze week ontving ik de afstudeerscripitie van Chiria da Luz Fortes met bovengenoemde titel. Zij studeerde af aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam onder begeleiding van Prof. Dr. Hans Abbing en daarmee hebben we een belangwekkend en goed onderbouwde studie in handen over hoe het gesteld is met de sociaal – economische positie van jazzmusici in Nederland. Ik zal proberen met een aantal highlights een beeld te schetsen van de bevindingen.

  • Voor dit soort onderzoeken is de eerste stap te bepalen waar hebben we het over. Om de definitie van een Nederlandse jazzmusicus te bepalen koos Chiria voor “a professional jazz musician is (or aims to be) actively working as an artist for at least 12 hours a week, who is (or aims to be) making a wage out of it and focuses primarily on jazz music and other related types of jazz like soul jazz, bebop, dixieland, fusion, improvised music and world music (IJdens & Van der Velde, 1998; 10)”.
  • Op basis van deze definitie komt men tot een gemiddelde (mediaan) van 1500 musici.
  • In negen hoofdstukken wordt er een beeld geschetst van de marktomstandigheden gezien in de context van arbeidsverhoudingen – en omstandigheden. Dus geen macro – of commercieel economische beschouwing maar onderwerpen als de flexibiliteit van de markt, de verhoudingen tussen directe inkomsten (optredens), indirecte inkomsten (b.v. lesgeven, arrangeren, componeren etc.) en niet gerelateerde werkzaamheden (bordenwassen), opleidingsniveau, de top van de pyramide (superstars), vraag en aanbod van musici, professionalisering, immateriele aspecten (motivatie), de rol van de overheid, belastingbeleid en cultuurbeleid in Nederland.
Dit is een goed beschreven deel dat duidelijk maakt hoe de markt vanuit arbeidperspectief gestructureerd is en voor een deel ook de niet beheersbare variabele omgevingsfactoreen voor musici verklaart en omschrijft.
Het rapport vervolgt met twee hypotheses:
  1. The average income is not in comparison to the amount of working hours. Hier stelt het rapport dat het inkomen van jazzmusici vergeleken met de gemiddelde werknemer hetzelfde of lager is terwijl er verhouidingsgewijs meer werkuren worden gemaakt. Hier plaats ik de voetnoot bij dat “working hours” op verschillende manieren te definieren valt. Bij een optreden bijvoorbeeld is een musicus, buiten de feitelijke speeltijd, tijd kwijt aan reizen, opbouwen en afbouwen, maar ook wordt er dagelijks een aantal uren gestudeerd en gerepeteerd en zal  de nodige tijd aan acquisitie worden besteed. Het is niet klip en klaar wat er nu wel en niet onder working hours wordt verstaan en hoe de vergelijking met de gemiddelde werknemer tot stand is gekomen.
  2. Immaterial values are the most important motivation. Hier gaat de auteur ervan uit dat zaken als muzikale ontwikkeling, techniekverbetering en het zoeken naar nieuwe muziekvormen de voornaamste motivatie van musici is. Ik denk dat de meesten die zich met muziek bezighouden zich daarin kunnen vinden.
Het rapport vervolgt met een te doen gebruikelijke verantwoording van de onderzoeksmethode en een sociaal – economische analyse en een uitgebreide analyse van de motivatie van jazzmusici. Wederom een interessante verhandeling die het lezen meer dan waard is.
Tenslotte een aantal conclusies:
  • Inkomen. Gemiddeld verdient een jazzmusicus in Nederland E 1565 per maand netto. Dat is dan een inkomen gegenereerd uit optredens, indirecte activiteiten en totaal verschillende aktiviteiten (for argument’s sake in het rapport “bordenwassen”genoemd). Inkomen uit optredens is goed voor 43%, de resterende 57% moet  uit lesgeven, arrangeren en componeren enz. komen en een klein deel uit niet gerelateerde aktiviteiten. In die context kun je stellen dat er slechts enkele musici zijn zich zich fulltime professional kunnen noemen.
  • Opleiding. Er is geen verband gevonden dat aantoont dat musici met een conservatoriumopleiding een beter inkomen hebben indien vergeleken met musici die geen conservatorium opleiding hebben genoten. Een conservatorium opleiding verhoogt wel de sociale status stelt het rapport. Factoren als stijl, image en reputatie zijn meer bepalend voor het inkomen van musici.
  • Motivatie. Het rapport stelt dat jazzmusici zeer gemotiveerd zijn en hun bevrediging halen uit hun ontwikkeling als musicus en artistieke vrijheid. Belangrijke factor daarbij is dat de musici al op zeer jonge leeftijd met de muziek en hun instrument kennis maken en daardoor hun leven lang een passie voor jazz blijven houden. Het maken van carriere is belangrijker dan inkomen.
Tot zover een aantal highlights. Ik denk niet dat er geheel nieuwe gezichtspunten in het rapport staan die we niet wisten, maar het is zeker goed dat e.e.a. nu meer onderbouwd en geanalyseerd is. Het rapport is daarom een prima bron voor iedereen die een carriere in de jazzmuziek nastreeft en zijn eigen motivatie kan toetsen aan hetgeen in het rapport is beschreven.
Jazzmusicus, en misschien geldt dat wel voor alle musici, is een bestaan met weinig zekerheden. Maar als je voor geld en zekerheid gaat is een loopbaan als musicus geen goede optie.

Blowing Changes, researching the socio-economic position and the motivation of jazz musicians in The Netherlands. Chiria da Luz Fortes,ID 314869. Supervisor: prof. dr. Hans Abbing, Rotterdam, 2011.

Cultural Economics & Cultural Entrepreneurship,Erasmus School of History, Culture and Communication.Erasmus University Rotterdam.

06
jul
11

De jazzwereld – room for drastic improvement !

Als je zoals ik de laatste tijd doe, me verdiep in de jazzindustrie in de breedste zin van het woord, dan schaam je je als jazzliefhebber kapot. De top van de professionele pyramide uitgezonderd, wat daaronder door gebrek aan professionalisme en onkunde bij stichtingen, instellingen, jazzpodia met goedwillende vrijwilligers maar wat aanrotzooit, is onvoorstelbaar. Iedereen wil aan jazz doen, met programmacommissies die allemaal geilen op het zelf organiseren van optredens, festivals en showcases. Dan hebben we nog de meer serieuzere instellingen die verzaakt hebben zich tot  een weerbare en  financieel goed geleide organisatie te ontwikkelen om daarmee voor continuiteit en draagvlak te zorgen.

Even een korte greep uit de gigantische flops van de laatste tijd:

  • Stichting JazzImpuls die de strijd heeft moeten staken wegens gebrek aan belangstelling voor de concerten en podia die vervolgens zeiden dat ze niet meer hoefden te komen. Soms kan ik me daar iets bij voorstellen, als ik bijvoorbeeld de aankondiging zie van Francien van Tuinen. Francien van Tuinen ? Ja Francien van Tuinen. Denken ze nu echt bij JazzImpuls dat het publiek daar kwijlend van voorpret op afkomt ?
  • De schouwburg in Deventer die recent een jazzfestival wilde organiseren maar daar vanaf moest zien wegens gebrek aan belangstelling.
  • In Utrecht rollen ze vechtend over de vloer. SJU Jazzpodium houdt op te bestaan. Het bestuur wordt beticht van incompetentie en nu is het oorlog daar want er is een belangengroep opgestaan en die gaat er hard tegenaan.
  • Al die ellende overziend heeft de HBO Raad besloten om het aantal muziekstudenten met 10% te gaan verminderen. Economisch gezien lijkt me dat een prima zaak, maar artistiek gezien is het natuurlijk om te huilen zo droevig.
  • De Melkweg in Amsterdam heeft gemeend een tentoonstelling te moeten organiseren die gewijd wordt aan staatssecretaris Halbe Zijlstra vanwege zijn rol in de recente bezuinigingen. Toch te kinderachtig voor woorden.
En dan de meest recente flop, het The Hague JazzFestival, het schaamrood staat op de kaken als je dat leest. De NTB had de artiesten al voor dit festival gewaarschuwd en dat bleek niet ten onrechte want het werd een regelrechte ramp. Leveranciers wilden vooruit betaald worden, er stonden deurwaarders van BUMA bij de kassa die de opbrengsten meenamen om in ieder geval de inkomsten van de BUMA leden veilig te stellen en uiteindelijk kon de bewaking niet meer worden betaald.
De gemeente had nog E 178 000 subsidie neergeteld en wil dat eventueel terughalen. En dan lezen we dat organisator Ruud Wijkniet er mee stopt (lijkt me een goed plan en doet zijn naam geen eer aan ). En dan moeten we ook nog lezen dat dit festival mede werd georganiseerd door de eigenaar van ADO (een Haagse voetbalclub voor niet ingewijden).
Need I Say More ?
05
jul
11

Korting op cultuursubsidies en verhoging BTW: “waarom geen bedrijfschap opgericht ?” (2)

Wie kent ze niet: “Kaas uit ’t vuisje”, of  “Echte smaak beleef je bij de groenteman”, of “Kip het meest veelzijdige stukje vlees. Kip !” , of “Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper”.

Al deze slogans zijn afkomstig van product – en bedrijfschappen waarvan we er in Nederland een aantal kennen voor de agrarische sector, ambachten, detailhandel en horeca /catering. Als je dan Wikipedia erop naslaat dan hebben bedrijfsschappen in het kort de volgende kenmerken:

  • Vinden hun bestaansrecht in de Wet op Bedrijfsorganisaties.
  • Gezamenlijke instelling van werknemers – en gevers in een branche.
  • Het juridisch kader is gebaseerd op de wetgeving Publiekrechtelijke organisaties.
  • Is gerechtigd tot het innen van heffingen bij de leden.
  • Aktiviteiten bestaan o.a. uit promotie, kenniscentrum, adviesfunctie aan de regering, scholing, kwaliteitsnormering etc.
  • Aktiviteiten zijn gericht op een bedrijfstak, niet op individuele deelnemers.
  • Staan onder toezicht van de Sociaal Economische Raad (SER)
  • Positioneert zich als organisatie voor aktiviteiten die noch door de branche noch door de overheid worden ondernomen.
Als je dit als niet – expert (muzikant) leest dan is je eerste gedachte: is dit niet wat we zoeken voor de muziekbranche als geheel en uitvoerende musici in het bijzonder ? De zogenaamde PBO’s lijken veel voordelen te hebben ten opzichte van de cultuurstichtingen en subsidie afhankelijke fondsen, zoals:
  • Een stevige wettelijke en juridische basis.
  • Niet afhankelijk van subsidies.
  • Door wettelijke en juridische basis en financiele onafhankelijkheid nauwelijks gevoelig voor politieke stromingen.
  • Sterke focus op aktiviteiten die niet door de branche en overheid worden geinitieerd.
  • Samenwerking op werkgevers – en werknemers niveau, einde aan versnippering.
  • Adviesfunctie voor de overheid, dus stevige ingang bij ministeries.
Het zou toch interessant zijn te vernemen of de mogelijkheid tot het vormen van een bedrijfschap voor uitvoerende musici al eerder onderzocht is en zo ja wat daar de uitkomsten van zijn en zo nee, waarom niet ? Zou het geen aanbeveling verdienen een aantal experts te vragen een haalbaarheid studie te doen en te onderzoeken wat voor en nadelen zijn en wat de te voorziene beren op de weg en voetangels en klemmen zijn ?

Daarom stuur ik dit bericht naar het MCN en de NTB, zou interessant zijn als ze hierop hun visie willen geven.

04
jul
11

Korting op subsidies en verhoging BTW: “The Brutal Facts”

In het beroemde boek “Good To Great” van Jim Collins wordt de Stockdale Paradox beschreven. Deze paradox gaat over het verhaal van de Amerikaanse admiraal Stockdale die samen met andere gevangen genomen soldaten in Noord-Vietnam de meest gruwelijke behandelingen moest doorstaan en overleefde. De kern van deze paradox is: wees niet al te optimistisch maar verbeter met kleine stappen je situatie. Hou het onvoorwaardelijke geloof dat je uiteindelijk zult overleven en slagen. En hou tegelijktertijd oog voor de keiharde feiten (brutal facts) die op je van invloed zijn en laat je daardoor leiden. Volgens de Good to Great auteur is deze paradox goed toepasbaar op organisaties en bedrijven.

Laten we na het Kamerdebat waarbij, met wat kleine aanpassingen, besloten is 200 miljoen subsidie op kunst en cultuur te bezuinigen, deze harde feiten eens op een rijtje zetten en tegelijktertijd proberen in de goede context te zetten.

  • Kortingen op de subsidie van tweehonderd miljoen. Dat wordt pijn lijden voor een aantal organisaties en orkesten. Met name het veel genoemde Muziek Centrum Nederland krijgt het voor de kiezen maar ook het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten levert zo’n dertig procent in. Vooral de Podiumkunsten worden hard getroffen, die gaan van 236 miljoen naar 156 miljoen.
  • Al deze bezuinigingen laten onverlet dat er nog steeds 700 honderd miljoen naar een 90-tal top kunst – en culturele instellingen gaat. Er zijn ook benchmarks (ik heb ze helaas niet kunnen vinden dus hou me aanbevolen,) die aantonen dat er relatief gezien nog steeds veel subsidie wordt verleend in Nederland vergeleken met het buitenland. NRC Next berichtte daarover.
  • Laten we niet vergeten dat er nog steeds organisaties zijn die gewoon door kunnen gaan. De Nederlandse Toonkunstenaars Bond, Buma Cultuur, Vereniging Nederlandse Pop Podia en Festivals en het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten om maar wat te noemen, gaan gewoon door. Daarbij valt natuurlijk op dat zowel de NTB als Buma niet afhankelijk zijn van subsidies.
  • Het is gebleken dat culturele organisaties weinig financiele weerbaarheid hebben en volledig of voor een heel groot deel afhankelijk zijn van subsidies. Daarmee worden ze een speelbal van de politiek, gesteund door links en bekritiseerd door rechts.
Een ander regeringsbesluit is het verhogen van de BTW naar 19% op diensten die de culturele sector levert. Er wordt verondersteld dat dit in samenhang met de verminderde subisidie leidt tot begrippen als kaalslag, doodsteek, bomaanslagen en dolken in de rug en meer van dat soort toch wel demagogisch taalgebruik van de belanghebbende organisaties. Maar wat zijn de feiten ?
  • In 2008 leverde het onafhankelijke bureau Ape een onderzoek af voor het Ministerie van OCW onder de titel “Evaluatie van het verlaagde BTW tarief cultuur en media” (zie hCentraal in dat onderzoek stond het economisch begrip prijselasticiteit. In het kort betekent dat een cijfer dat aangeeft wat een prijsdaling – of stijging doet met de vraag naar een product of dienst. Op basis van dit onderzoek komt men tot de conclusie dat podiumkunsten een inelastische vraag hebben van – 0,32. Dit betekent dat de verhoging van de toegangsprijs met 1% leidt tot een daling in de vraag met – o,32 %.
  • De conclusie op basis van de verhoging in de BTW is dan dat een verhoging van 6% naar 19% leidt tot een vermindering in de vraag van 13 x 0,32 =  4,2 %. Nu dient men in aanmerking te nemen dat het hier om een schatting gaat en op het onderzoek valt ook nog wel het e.e.a. aan te merken maar toch kun je stellen dat er in algemene zin geen grond is te veronderstellen dat de BTW verhoging tot gigantische vraaguitval zal leiden.

Conclusie.

Gebaseerd op de voorgaande feiten kun je concluderen dat er bij individuele organisaties pijn wordt geleden en e.e.a. zal leiden tot vermindering van culturele activiteiten en banenverlies. Dat is geen pretje maar het is ook geen ramp in de zin dat de totale sector onderuit zal gaan. Wat veel meer ingrijpend is, speciaal voor de (jazz)muziek zijn andere feiten die op tafel liggen:
  • Onderzoek van de Universiteit van Tilburg heeft aangetoond dat de professionele popmuzikant in Nederland een inkomen geniet van E 12 000 waarvan maar E 6000 uit muziek. Een werkelijk onthutsend cijfer waarmee je tot de conclusie moet komen: met muziek valt geen droog brood te verdienen.
  • Dat gezegd hebbende lijken dan ook alle promotie activiteiten van al die organisaties en de eerdere BTW verlaging maar een zeer beperkt effect te hebben op de positie van de musici. Er is natuurlijk aan de top van de pyramide een groep musici in alle genres die niet te klagen zullen hebben. Maar gezien de big picture zou je niemand aanraden professioneel musicus te worden.
  • Er lijkt een onbalans te zijn in de markt. Terwijl er jaarlijks veel musici afstuderen (alleen het CvA van Amsterdam al duizend) is er nauwelijks groei en ruimte aan de inkoopkant (muziekinstellingen die podiummuziek brengen).
  • Specifiek voor de jazz geldt dan nog, dat uit onderzoek van Arno Prins MusicResearch.nl is gebleken dat de vraag naar jazzmuziek er ook slecht voorstaat. Van de ondervraagde populatie had 8% een voorkeur voor jazzmuziek waar popmuziek met 58% rock met 30% veruit het populairst zijn.
  • Er is een enorme versnippering van organisaties die zich bezig houden met promotie, ondersteuning, voorlichting, muziekeducatie en belangenvertegenwoordiging. Het kan niet anders dan dat er veel overlapping tussen die organisaties zit hetgeen leidt tot verlies van tijd en geld en iedereen in dezelfde vijver zit te vissen. Zo heb je de Nederlandse Toonkunstenaarsbond maar ook de maar ook de Nederlandse Toon Kunstenaars Vereniging. BUMA Cultuur  en het eerder genoemde Nederlands Fonds voor Podium Kunsten, het MCN en de Vereniging Nederlandse Poppodia die allemaal weer aan de promotiekant zitten. In hoeverre dit allemaal effectief is en gecoordineerd verloopt laat zich raden.

Tot slot.

Je kunt op grond van het bovenstaande concluderen dat de pijn niet zit in het verminderen van subsidies en verhoging van de BTW, de pijn zit in de markt. Relatief veel aanbod van musici, relatief weinig aanbod aan de vraagkant en voor sommige muzieksoorten weinig afzetmarkt (jazzmuziek). Daar bovenop zijn er dan nog talloze organisaties, stichtingen , belangenverenigingen en promotors (te vergelijken met staf – en support afdelingen van een bedrijf) die, overigens met de beste bedoelingen, ongecoordineerd en versnipperd het publiek naar muziekpodia proberen te krijgen en waarvan er een aantal zo afhankelijk is van subsidies, dat ze bij enige politieke tegenwind en kortingen op subsidies direct omvallen. Financiele weerbaarheid en zelfredzaamheid komen in hun woordenboek niet voor.

Is er een oplossing ?

Een uitermate ongezonde situatie als je dit alles in ogenschouw neemt. Als je de Stockdale paradox voor ogen houdt en er onvoorwaardelijk in gelooft dat er uiteindelijk een oplossing komt, dan is er nog hoop. Als je dan tegelijkertijd met de “brutal facts” aan de slag gaat dan lijkt er zelfs een oplossing voor handen te zijn die wel veel bloed, zweet en tranen zal kosten. Daarover volgende keer meer.
27
jun
11

Jazz en Marketing: Rita Reys populairste jazzmuzikant aller tijden.

Rita Reys en Art Blakey

Jazzvrienden en vriendinnen, helaas was ik niet in de gelegenheid om de laatste jazzdag te bezoeken. Dat was alleen al de moeite waard om de presentatie van Arno Prins van MusicResearch.nl te zien. Die presentatie ging over de kenmerken en het gedrag van de Nederlandse jazzliefhebber. Er is geen bureau in Nederland dat dergelijke onderzoeken zo professioneel uitvoert. Ik heb een kopie gekregen en de presentatie is opvraagbaar (neem ik aan) bij Buma Cultuur. Van harte aanbevolen voor een ieder die zich bezighoudt met het management van jazzorkesten. Hier een kort artikel van Buma Cultuur.

Rita Reys populairste Nederlandse jazzmuzikant aller tijden

Hilversum, 16 juni 2011

Rita Reys is met grote voorsprong de populairste Nederlandse jazzmuzikant aller tijden. Dat blijkt uit een onderzoek dat tijdens de Jazzdag op vrijdag 24 juni in Rotterdam aan de Nederlandse jazzindustrie wordt gepresenteerd. Rita Reys eindigt in de lijst met internationale muzikanten op de derde plaats na Louis Armstrong en Miles Davis. In de lijst met alleen nationale artiesten eindigt ze als eerste.  

Rita Reys
Rita Reys is sinds de jaren ‘50 één van de top jazz zangeressen van Europa en is sinds die tijd internationaal bekend onder de bijnaam “Europe’s First Lady of Jazz. Haar naam werd internationaal gevestigd toen zij in 1956 in New York voor Columbia Records de elpee The Cool Voice Of Rita Reys opnam, met Art Blakey’s Jazz Messengers. Reys won in 2006 als eerste Nederlandse jazzmusicus de Edison Oeuvre Award.

Waardering Nederlandse jazz
Uit het onderzoek, uitgevoerd door Arno Prins MusicResearch.Nl in opdracht van Buma Cultuur, blijkt dat Nederlandse jazzartiesten niet onder doen voor de buitenlandse competitie. In de internationale top 30 worden, naast internationale artiesten Louis Armstrong en Miles Davis, de Nederlandse artiesten Candy Dulfer, The Dutch Swing College Band, Kyteman en Wouter Hamel genoemd als favoriete jazz artiesten onder respondenten.

Over de Jazzdag
De Jazzdag is het grootste Nederlandse jazznetwerkevenement voor alle spelers uit de Nederlandse jazzwereld, bestaande uit een conferentie en festivalprogramma. Overdag vindt er een conferentie plaats over de meest uiteenlopende onderwerpen met betrekking tot jazz. Het festivalprogramma, in de avond, bestaat uit 24 showcases van veelbelovende en getalenteerde jazz artiesten en is onderdeel van North Sea Round Town. De Jazzdag vindt plaats in LantarenVenster en Hotel New York in Rotterdam.

De Jazzdag wordt georganiseerd door Buma Cultuur en is een initiatief van Buma Cultuur en Stichting JazzNL.

26
jun
11

Muziekcentrum Nederland: helft van de subsidie gaat op aan salarissen ?

In een interview van 7 maart 2011 stelt MCN directeur Janneke van der Wijk: “MCN staat op de kaart en is klaar voor de toekomst”. Het eerste klopt zonder meer sinds de MCN subsidie dreigt te worden gestopt. Het tweede, de toekomst van het MCN is er slechts drie maanden later zo goed als zeker niet.

Je vraagt je af: hoe kan een bestuurder van een organisatie zo falikant de plank misslaan ? Dat vraagt om een nadere analyse.

Geen politiek “gut feeling”.

Als je het regeeraccoord leest en je weet dat de PVV in je nek hijgt dan moeten alle signalen op rood gaan. De overheid die met vier miljoen belastinggeld het MCN subsidieert is een key partner en dan moet je als bestuurder zwaar netwerken, je politieke voelhorens uitsteken en lobbyen waar je kan. Dat is allemaal niet gebeurd zo lijkt het. Directeur van der Wijk denkt zelf dat ze er op het laatste moment “uitgelobbied” is door een andere organisatie. Bovendien waande men zich zo goed als safe door een positieve visitatie van het ministerie van OCW. Maar een vakmatige visitatie is iets heel anders dan politieke besluitvorming. Kennelijk miste het bestuur een politieke antenne en wist men de key partner absoluut niet in te schatten.

Hoe productief is het MCN ?.

Als de cijfers juist zijn dan krijgt het MCN dus jaarlijks vier miljoen euro. Daar zal best nog wat bijkomen door de eigen commerciele aktiviteiten als die tenminste  winstgevend zijn. De organisatie bestaat uit totaal veertig FTE’s die door zestig medewerkers worden ingevuld. Als je dan een quick en dirty rekensommetje maakt kom je tot de volgende conclusie: veertig FTE’s betekent met een gemiddelde aan personeelskosten van E 50.000 per FTE dat elk jaar E 2 000 000 aan salarissen opgaat. Dat is de helft van de subsidie. Dat betekent dat zestig man personeel een jaar bezig zijn de resterende E 2.000.000  subsidie te verdelen. Dat betekent per medewerker E 33 000 per jaar. Daar zijn ze een heel jaar mee bezig. Je kunt je dan afvragen: hoe productief is dat ?

Interne focus.

Het MCN bestaat sinds januari 2008 uit een fusie van het Nationaal Popinstituut, Donemus, Gaudeamus, De Kamervraag en de Gezamenlijke Jazzinstellingen. Je hoeft geen helderziende te zijn om te bedenken dat alleen al zo’n fusie waar interne koninkrijkjes, persoonlijke belangen en ego’s een grote rol spelen, hun tol hebben geeist en tot eindeloze vergaderingen moeten hebben geleid. Dat betekent overmatige interne focus en weinig oog voor de keypartner, de klant, laat staan de klant van de klant (het publiek).

Maatschappelijke Impact.

Als je er vanuit gaat dat de resterende subisidie wat overblijft na salarisaftrek, wordt verdeeld over verschillende muzieksoorten (pop, jazz, klassiek, wereldmuziek) enz. en vervolgens dat weer wordt verdeeld over verschillende activiteiten (concert support, CD’s, uitgeverij, awards enz.) die bovendien alleen de top van de muzikale pyramide bedient, dan moet je je afvragen hoe effectief het MCN is en hoe groot de maatschappelijke impact van hun activiteiten is. Ga er maar vanuit dat de gemiddelde Nederlander geen besef heeft van het MCN maar wel als belastingbetaler opdraait voor de subsidie. Met weinig wortels in de samenleving hoef je niet al te veel te rekenen op steun vanuit de politiek en van de PVV al helemaal niet.

Directeur Janneke van der Wijk is inmiddels vertrokken en in haar plaats is een interim van het CvA overgekomen, die zal zich nu wel achter de oren krabben.

Als zoon van een beroepsmuzikant zal ik de laatste zijn om te willen dat het MCN stopt. Maar hopelijk worden er wel lessen getrokken en zal het MCN in staat zijn een turnaround strategie te formuleren gericht op een organisatie die productief en effectief te werk gaat, met gevoel voor de samenleving en publiek en op commerciele basis geldstromen genereert voor alle musici en niet alleen voor de top van de pyramide.




Follow Bob's Jazz Blog. on WordPress.com

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Voeg je bij 313 andere volgers

About Bob Van Eekhout

Bob van Eekhout drummer Jazz Trio JazzTraffic

Nederlands Jazz Archief

Logo Nederlands Jazz Archief

Van-Ons.nl WordPress Development

Van-Ons.nl WordPress Development & Training

JazzTraffic Trio. Uw Jazzband voor een gezellige sfeer en goede achtergrondmuziek

Jazz Trio JazzTraffic

%d bloggers liken dit: